"Wie de geschiedenis kent, leeft dubbel"


WIE DE GESCHIEDENIS KENT, LEEFT DUBBEL.
Lezing door de heer A. Claassens , de dato ?

Het oude Land van Cuyk.

Een woeste streek, met struikgewas en moerassen en door een barbaarse bevolking bewoond, niet in dorpen maar in verspreide schamele gehuchten.

-Schamele gehuchten...- De Heilige Lambertus, eerste berichtgever over onze streek komt met deze verhalen in Maastricht aan ANNO 650 na Chr. Hij bekent ruiterlijk, dat de kerstening van deze bewoners in dit deel van Taxandria (Brabant) , gelegen rond de woeste Peel, geen succes is geweest. De berichten lijken nogal negatief, maar men moet er wel bij bedenken, dat barbaren vroeger iedereen werd genoemd die nog heiden was. Daar komt nog bij, dat Maastricht in die dagen al een geciviliseerde stad was, een CIVITAS ANTICA. Toch zal Lambertus, nadat hij in 688 bisschop van Maastricht is geworden, door zijn volgelingen enkele stenen kerken hebben laten bouwen (stichten). Wij denken hierbij onder andere aan Escharen en Beers.

Schamele gehuchten treft ook Willibrordus aan, wanneer hij omstreeks 700, gebruikmakend van de heerbaan, aangelegd door de Romeinen, langs Cuyk, naar Blerick en Kessel trekt. Het is bekend, dat Willibrord een bijzondere verering had tot de Heilige Petrus, de prins van de apostelen en de Heilige Martinus. Daarom sticht hij voornamelijk in de nederzettingen , waar hij verblijft kerkgebouwen toegewijd aan deze heiligen. Zijn volgelingen, metgezellen, waarvan hij er meestal enkele op die plaatsen achterliet als bedienaar (beneficiant) kerstenen later het binnen land.
Zij wijdden de daar gebouwde kerken toe aan de Heilige Willibrordus. Zo zie je vaak in een driehoek, kerken toegewijd aan de Heilige Martinus bijvoorbeeld Cuyk, Sint Petrus; Boxmeer en in Mill Sint Willibrordus. Rond Bakel komt hetzelfde voor en ook Venray kent dit verschijnsel.
Onze streek, waarin... die schamele gehuchten lagen maakte vanouds deel uit van het Land van Cuyk. Tot eind 4de eeuw werd het overheerst door de Romeinen. Nijmegen was een Romeins militair centrum. Dat wil zeggen, dat daar een hoofdkwartier was van een legioen met ongeveer 5000 soldaten, waaronder 300 ruiters. De Romeinen jaagden in onze bossen en kregen wel eens tegenspel van onze barbaren.
Een van de redenen van de ondergang van het Romeinse Heir is geweest, dat zij geen of praktisch minimaal verweer boden aan de woeste stammen, welke huisden rond de Peel. Zo ook niet aan onze voorouders. Kwam het dan toch een enkele maal tot een treffen, dan vluchtte men het moeras in. Men kende toen ook al: de oudste weg naar de Peel.
Na de Romeinen komt de grote volksverhuizing met daarna de Frankische en Karolingische overheersing. Daar zullen onze voorouders wel weinig van gemerkt hebben. Onze streek, ingesloten tussen Peel en Maas, met zijn bewoners meestal gehuisvest op de hoogst gelegen plekjes is daarbij niet opgevallen. Hoewel.... dicht bij Nijmegen, het bestuurscentrum gelegen, moet het al vroeg een belangrijk gebied zijn geweest. Want na Clovis, de eerste Frankische koning, die zich liet dopen, na zijn opvolgers, Karel Martel en Pepijn III, eind 7de eeuw krijgt het Christendom al heel vroeg een kans in onze streken.
We hebben al gezien, dat Willibrordus , komende uit het ruige Ierland, met zijn gezellen in onze regio missioneerde. Hoewel hij van de Paus opdracht krijgt, de Friezen te bekeren en in Utrecht zijn bisschopszetel te vestigen, kiest hij voor de barbaarse volken.... stelt zich vaak kwetsbaar op en moet daarom nogal eens vluchten. Koning Radboud, de Fries, verdrijft hem zelfs uit Utrecht. Hij ziet dan ook uit naar onherbergzame streken. Daarom vertoeft hij veelvuldig rondom de Peel. Ook Willibrord kende blijkbaar -de oudste weg -. Pas in 716 krijgt hij hulp van Wilfried Bonifatius, de Pauselijke legaat.

Wij schrijven 800, Karel de Grote heerst over west Europa. Vanuit onder andere Nijmegen en Aken bestuurt hij zijn gebied volgens een feodaal systeem . Hij is Keizer van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie, in Rome gekroond door de Paus en verder regerend bij de gratie Gods. Hij verdeelt zijn land in gouwen, en stelt leenmannen aan, vaak gunstelingen en oorlogshelden, die als Graaf of Voogd het verdeelde gebied bestuurden. Een van die gouwen is het Land van Cuyk, na waarschijnlijk eerder toebehoord te hebben tot een Maasgouw of de grote gouw Taxandria. Dat alles is niet helemaal duidelijk.
In het jaar 759 wordt het Land van Cuyk al genoemd als hebbende eenen Heer. Het Land van Cuyk is dan veel groter en strekt zich uit vanaf Orthen bij Den Bosch tot Blerick. Ook het Land van Ravenstein valt hieronder. Het wordt beschouwd als een hoge heerlijkheid, een zogenaamd Rijks onmiddellijk leen, een direct leen van de Keizer, zoals Holland, Gelder en Brabant. De Heer van Cuyk was een rijksvorst, op het zelfde niveau als de graven van Holland, en kon theoretisch gezien zelfs tot keizer worden gekozen .
Tot het jaar 1000 weten we weinig af van onze bestuurders. Wij weten van het Valkhof bij Nijmegen, waar de Keizer onder andere placht te verblijven en waar zijn hofhouding vertoeft, dat de opvolgers van Karel de Grote onder andere Lodewijk de Vrome het Rijk verdelen en dat ten slotte het Land van Cuyk valt onder de Leenheer Lotharius de Duitser die dan wegens krijgsverbondenheid het leen met erfrecht aan zijn leenmannen afstaat. Voorts weten wij van de opvolging van Keizer Otto II omstreeks 980, waarvan met zekerheid wordt aangenomen dat zijn vrouw Keizerin Theophano onderweg in het Kethildal bij Kranenburg moet bevallen van een zoon de latere Otto III. Ook is bekend dat Heer Willem van Cuyk, omstreeks 1034 met een groot heir ter kruistocht trekt.

Nog steeds komt het Millse territoir niet in beeld. Natuurlijk zijn er missionarissen geweest, vanuit Cuyk of Boxmeer, die een altaar vestigden. Zij deden dat meestal op plaatsen waar de barbaren eertijds hun offers aan de goden brachten. Ook de eerste christenen hielden er nog heidense gebruiken op na. Zo wordt aangenomen, dat er kapelletjes hebben gestaan in het Ijzerbroek te Sint Hubert, op de Royendijk; het is zelfs mogelijk, dat Zuid Carolina, in sommige stukken Zuid Carolinakapel genoemd, een verbastering is van Sint Catharinakapel.

Patronus abbas de Mariëweert prope Bommel, sed
monasterium periit-Decimæ spectant ad abbatem prædictum.
Est una alia dicta » Int hollandsch Broeck." quæ spectat ad Capitu-
lum Graviense. Decimæ vero novales et dictæ »De smæltienden"
spectant ad dominum pastorem loci- Reparatio ecclesæ est ad
onus abbatis- Summum altare cum crucifixo et imagine mira-
eulosa Beatæ Virginis spectant ad capellam vicinam op
den Haeff.


Feit is dat vier kapellen van oudsher overleven. De kapel van Sint Hubert, het altaar van Sint Cornelius te Wanroy , de kapel van Maria ten Hove te Mill. Deze laatste, waarin een miraculeus beeldje wordt vereerd, bevindt zich in Meer bij Mylle. In dit gebied dat in een laagte is gelegen vestigen zich de eerste monniken. Zij bouwen daar in het dal van een uit de Peel sijpelend beekje, een pisley, hun onderkomen de Hof Pisla. De landerijen er omheen zijn in 1128 door Herman van Cuyk tegelijk met de stichting van de Abdij Marienweerdt aan de paters geschonken.

Capella, Mariæ Virginis in Haefft, quondam miraculosa, cujus
imago est modo in parochiale ecclesia de Mill.


Henricus van Hout;
Niet ver daar vandaan ligt nog een kapel, hemelsbreed 750 meter 1000 schreden, mille passen, met het altaar van Sint Willibrord op een hoger gelegen stuk. Het zal tot 1156 duren, wanneer in een acte Mylle voor het eerst genoemd wordt.
In de 19de eeuw hebben enkele priesters uit onze gemeente, naam gemaakt elders in het land. In Vessem in de Kempen, bouwde Pastoor Henricus van Hout de nieuwe kerk. Hij was een man van de 5 zonen van Wilhelmus van Hout en Cornelia van Amstel. Zijn broer Gerardus, grossier en koopman van koloniale waren zou later de aanzet geven tot oprichting van de klompenfabriek van Hout te Mill. De nieuwe kerk kostte in 1882 ƒ 22.366,-- incluis restauratie pastorie en ommuring van het kerkhof.

Volgens het gedenkboek van de parochie Vessem, uitgegeven bij gelegenheid van het 100-jarig jubileum was pastoor van Hout een geleerd man, veelzijdig bekwaam en bezat hij een onuitputtelijke werkkracht. Bovendien was hij een humorist. Zo hield hij een papagaai, die hij allerlei frappante uitspraken leerde. Als Mie de pastoorsmeid in zijn werkkamer verscheen, bleef hij maar roepen -Mie is de koffie klaar-.
Toen op het eind van de tachtiger jaren, treinverbindingen tot stand kwamen, bracht hij een bezoek aan Rome. Bij zijn thuiskomst kreeg elk gezin een rozenkrans ten geschenke. Op 19 december 1890 is hij vrij plotseling op 58 jarige leeftijd overleden.

Lambertus Verstraaten;
Geboren 1817 , RK. priester gewijd te Haaren in 1842 ,zoon van Willem Verstraaten , burgemeester en Bardina Paters.
Lambertus Verstraaten restaureerde de voormalige kerk van Escharen, zoals thans nog blijkt uit de ingemetselde steen aan de ingang van de huidige kerk. Hij is 7 jaar pastoor geweest en in 1887 aldaar gestorven.

Henricus Verstraaten;
RK. priester geboren te Mill in 1829 eveneens een zoon van Willem Verstraaten en Bardina Paters. Henricus vertrekt na zijn wijding naar het Limburgse Montfoort als kapelaan. Wordt later in Nieuwveen bij Meijdrecht bouwpastoor van de Heilige Nicolaaskerk in 1865.
Hij liet ook een gebouw als klooster inrichten en haalde Duitse zusters die een klooster hadden in Aerdenhout, naar Nieuwveen. Hij overleed aldaar in 1883.

Anthony Verstraaten ( Verstrate, Verstraete);
Anthony Verstraaten werd geboren als zoon van Laurant Dirckx en Arnolda Peters, zoals hij zelf in zijn dagboek schrijft de dato ,30 mei 1674. Hij trouwt te Mill op 26 augustus 1714 met Helena van den Heuvel dochter van Adriaen Goduwaerts van den Heuvel en Geetie van Kilsdonk. Hij volgt zijn schoonvader, die in 1708 is overleden, op als richterbode, gesubst. schout, later bierbrouwer, cijnsinner, naar rentmeester. Later wordt hij bovendien groot grondbezitter.
Hij is de stichter van de -di nastie- van de Verstraatens. Waarschijnlijk ontleent hij de naam aan de Gemene Straat, die langs zijn huis loopt de weg van de Reeck naar Waranda, de huidige Karstraat - Schoolstraat. Mogelijk is ook dat hij pachter was .
Zij naam komt voor op de eerste bladzijde van het oorspronkelijk authentiek in het Rijksarchief bewaard gebleven doopboek van de Parochie, toen Lucas Siongers, pastoor was. Hij trouwt met Maria de Bruyn, waarschijnlijk afkomstig uit Uden. Uit dit huwelijk geboren zonen, treden in de voetsporen van de vader of worden pastoor.

Zoon Constantinus Verstraaten;
Constantinus Verstraaten geboren in 1728 wordt na de inval van de Fransen (1796 ) Lid van de voorlopig bestuur in het Land van Cuyk en van de Provincie "De Monden van de Rijn", zoals Napoleon de nieuwe indeling noemde. Ook wel genoemd : de Municipaliteit.

Kleinzoon Anthonie Verstraaten;
Anthonie Verstraaten geboren in 1767 volgt zijn vader op als afgevaardigde van het bestuur van Staats Brabant. Wordt na 1814 officieel notaris en trouwt met Dorothea van de Voort. Zij krijgen een groot gezin.

Augustinus Ambrosius Franciscus Verstraaten;
Augustinus Verstraaten geboren in 1812 wordt de opvolger van zijn vader. Het is deze notaris Verstraaten, die zijn woonhuis wegschenkt aan de Zusters Franciscanessen in het jaar 1871 en ontslag neemt als notaris en wethouder van de gemeente en in Utrecht gaat wonen. In Utrecht is hij lange tijd regent geweest van het Catharijne convent.
Zijn zoon pater Malachias Verstraaten wordt later de vierde abt van Achel .

Zonen van het volk;
Arendt van Lampeler; 16de -eeuws orgelbouwer uit Mill. Waarschijnlijk komt zijn familie uit Wanroy, omdat daar de buurtschap, de Lamperen, nog steeds bestaat. Edoch, wie over orgels schrijft uit de 16de eeuw, vermeld steevast de naam van Arnold (Aert, Arendt) van Lampeler, ex Mill, in het Land van Cuyk. Zo ook Dr. Maarten Vente historisch orgelspecialist van professie. In -die Brabanter Orgel- van 1963 wijdt hij zelfs een compleet hoofdstuk aan de Familie Lampeler van Mill.
Ook al zou hij van de Lampeler afkomstig zijn, gedoopt is hij toch in de parochiekerk van de Heilige Willibrordus alhier, omreden, dat Wanroy toen nog net niet zelfstandig was. Als Aert Janszen werkt hij rond 1560 te 's-Hertogenbosch in de orgelbouwwerkplaats van Nicolaas Niehoff, waarmee hij later een maatschap sluit . Hij woonde toen aan de Zijle (nu Wolvenhoek) in 's-Hertogenbosch. Samen met Nicolaas Niehoff werkte hij aan het orgel van de Sint Jans Kathedraal te 's-Hertogenbosch.
Het is niet onwaarschijnlijk, dat Arendt het vak bij Niehoff heeft geleerd. Niehoff was toen al op leeftijd en had geen opvolgers. Als laatste werk hebben zij samen het orgel van de Sint Gereonskerk in Keulen uitgevoerd. Zij staan in het archief van het kapittel vermeld als Nicolao et Arnoldo de Buscoduce, magistris 5 juni 1573. Direct daarna krijgt hij als Arendt van Mill, burger van de stad 's-Hertogenbosch een orgelbouw contract van het kapittel van de Don van Munster. Later opereert hij alleen nog in West Duitsland. Hij werkt dan samen met zijn broers Rein en Dirk van Lampeler. In Keulen krijgen zij het onderhoud van vier kerkorgels onder andere van de Dom en de Sint Andreaskerk.
Zij gaan dan ook in Keulen wonen. Voor 1588 is hij overleden aan de pest, en heeft het werk overgedaan aan zijn broers, waarbij inmiddels oor Berend zich heeft aangesloten. Het was dus een vermaarde orgelbouw familie. Blijft nog te vermelden , dat zijn vrouw Ida Jans heette en een dochter was van de molenmaker Jan Gijsberts.
In 1610 treedt nog een orgelbouwer in Duitsland op, welke ook van Mill afkomstig is. Het is Jan van Mil (Johan Millensis) welke van 1610 tot 1622 5 orgels bouwt respectievelijk, in Embden, Nesse, Engerhafe Aurich en Bremen. Prins Maurits heeft een keer moeten onderhandelen over achterstallig honorarium, aangaande een geleverd orgel te Munster. In Brouwershaven staat een zeer bekend orgel, dat in de werkplaats van Niehoff omstreeks 1560 is gebouwd.

Jacobus Nellissen;
Jacobus was de eerste Missionaris van N.O. Indië.

Barthold van der Voort;
Barthold was de zoon van de Heer van Aldendriel ( zie compilatie van Kasteel Aldendriel)

Johannes van der Straaten;
Johannes van der Straaten geboren 18 augustus 1823 te Mill was een zoon van Johan Toonen van der Straaten en Helena Jans Barten, eigenaars van boerderij en café De Roskam, gelegen aan de Gemene Straat (voormalig café Heys).

Johannes werd priester gewijd in Haren en wordt door de Bisschop naar het Utrechtse uitgezonden en later benoemd tot kapelaan te Deventer en hierna te Zevenaar. Dat is niet verwonderlijk , want Monseigneur Zwijssen was behalve Bisschop van 's-Hertogenbosch, tevens Aartsbisschop van Utrecht. Later wordt hij pastoor in Hengelo (Gelderland) en bouwpastoor van de kerk van Heteren. Hier is hij tenslotte gestorven. Tijdens zijn studietijd en ook later, zelfs na zijn benoeming tot pastoor is de familie Van der Straaten met hebben en houwen financieel borg gebleven.

Johannes Schraven;
Johannes RK priester geboren Sint Hubert 13 december 1799 zoon van Antoon Schraven en Sybilla Jans. Van hem is slechts bekend, dat hij van 1849 tot 1861 pastoor was te Weurt en daar op 4 oktober 1861 plotseling is overleden.

Cornelius Selten;
Cornelius RK priester geboren te Sint Hubert. Hij is bouwpastoor geweest van de Heilige Rochuskerk te Rijkevoort van 1813 tot 1847.

Anthonius van Geffen;
Anthonius RK priester geboren in Sint Hubert is in 1851 pastoor in Ledeacker. Verder is over hem niets bekend.

menu

  • Kasteel Aldendriel inclusief fotoreportage
  • Verslag ontspoorde Duitse pantsertrein
  • Gemeente Mill en St. Hubert: de geschiedenis in vogelvlucht
  • De geschiedenis van de Princepeel inclusief fotoreportage
  • Kasteel Tongelaar inclusief fotoreportage
  • De Kerk in Mill door de eeuwen heen.
  • Het gilde van St. Catharina
  • "Wie de geschiedenis kent, leeft dubbel"
  • De Acaciahof
  • Ergens, waar in Nederland ; door A.H. de Bekker
  • De Kerk van de Heilige Willibrordus te Mill
  • Orgelbouwer Arent van Lampeler Mill
  • Het Patronaat in Mill
  • De erfenis van Graaf Ebroinus AD 721?
  • Pussele de erfenis van Sint Willibrordus Anno Domini 739
  • Mill in het eerste milennium omstreeks AD 1000
  • Mill en de Joncfrouen en Heeren van Kuyc tot 1400
  • De Millse samenleving omstreeks de 14e eeuw
  • Van Mylle tot Mill, rond d'n Moelendicke Ad 1600
  • Predikanten en Roomsche Paepen Ad 1600
  • Over Roomsche en Calvijnsche kasteelheren in de 16e eeuw
  • Over krijtende Heeren en morrend Volk, 17 e eeuw.
  • Dominees tempel en het kapelleke van de gelovigen ad 1715
  • Het Kapelleke, de gelovigen en de wraeke anno 1715
  • Over de wonderen van de bedevaarten in de 16e en 17e eeuw.
  • Over Grande Routes en Snaphanen in de Roomsche Capelle
  • Over de gezworenen, de borgen en de nasleep anno 1715
  • Over doop- en trouwboeken, hoog bezoek en prelaten 17 eeuw
  • Van Kerkepad, Pastoors en Paepsche stoutigheden 17-18de eeuw
  • Van de Hof Pisla, de Abdij, Stericdijcke en de schuur uit 1667
  • Kapel Onze Lieve Vrouw ten Hove
  • Feestgids uitgegeven bij het 70 jarig bestaan van de zangvereniging AMPHION-VONDEL te Mill
  • Bakhuizen in Mill en daarbuiten
  • Een historische wandeling door het jaar 1939
  • Het landhuis in de Stationsstraat 15 in Mill
  • Een vakantiedag met veel spannende herinneringen